Skip to content

Geldlening of schenking? Geheime geluidsopname is bewijs

Regelmatig kom het voor dat een cliënt bij me komt om een vordering in te stellen tegen zijn of haar ex-partner. Er is dan geld geleend aan de ander en na het beëindigen van de affectieve relatie wil men het geld terug. Die andere partner weigert vervolgens te betalen.

Een probleem wat zich dan kan voordoen is dat in een gerechtelijke procedure bewezen moet worden dat er destijds sprake is van een geldlening. De andere partner verweert zich immers veelal met de stelling dat er nooit is geleend of dat het geld dat is ontvangen slechts een schenking betrof.

Een geldlening zonder schriftelijk bewijs, bijvoorbeeld een contract, kan leiden tot bewijsproblemen. Dit kan weer tot gevolg hebben dat een rechter een vordering tot terugbetaling afwijst. Een hard gelach voor diegene die het geld dan kwijt is.

In een zaak in 2014 bij het Gerechtshof Amsterdam speelde de vraag of er tussen twee ex-partners sprake was van een schenking of een geldlening. De man had gedurende zijn relatie met zijn ex-vriendin meerdere malen geld aan haar verstrekt. Volgens hem was het geld door haar geleend. Zij stelde zich echter op het standpunt dat het een schenking betrof. Er was wel wat geld terugbetaald maar daartoe was zij niet verplicht omdat het om een zgn. natuurlijke verbintenis (dat is een niet afdwingbare verbintenis) ging die voortvloeide uit hun relatie, aldus de vrouw.

In eerste aanleg, bij de kantonrechter, werd geoordeeld dat de door de man gestelde geldlening ‘voorshands’ bewezen werd geacht. De vrouw werd toegelaten tot het leveren van tegenbewijs. Zij deed dat door het horen van getuigen. Op grond van deze getuigenverklaringen oordeelde de kantonrechter vervolgens dat de vrouw in het van haar verlangde tegenbewijs was geslaagd. Daarop is de vordering van de man afgewezen met veroordeling in de proceskosten.

De man liet het daar niet bij zitten en ging in hoger beroep. Het hof gaf de man nu wel gelijk.

Het hof oordeelde namelijk dat de bedragen die de vrouw had ontvangen wel leningen betroffen en dat zij die moest terugbetalen. Tussen partijen stond vast dat de man – op wie de bewijslast van de gestelde lening rust – aan haar geld had betaald en dat zij deze slechts gedeeltelijk had terugbetaald. Ook bleek er meerdere malen door de vrouw betalingstoezeggingen te zijn gedaan. Tenslotte beschikte de man over een geluidsopname waarin zij in een gesprek aangaf hem te zullen betalen. De geluidsopname was stiekem door de man gemaakt en had deze in de procedure als bewijs ingebracht.

De vrouw heeft nog aangevoerd dat deze geluidsopname niet als bewijs mocht dienen. Als reden gaf zij op dat het bewuste gesprek buiten haar medeweten en zonder haar toestemming was opgenomen. Daarbij vond zij ook dat de man onrechtmatig jegens haar had gehandeld door de betreffende opname te maken en tegen haar in de procedure te gebruiken. Zij eiste van de man vergoeding voor immateriële schade wegens stelselmatig en hinderlijk inbreuk op haar persoonlijke levenssfeer.

Het hof ging daarin niet mee. De omstandigheid dat het gesprek buiten medeweten en zonder toestemming van de vrouw was opgenomen, betekent niet noodzakelijk dat de opname bij de beoordeling van het bewijs terzijde gelegd moet worden.

De hoofdregel in het bewijsrecht is namelijk dat bewijs in beginsel kan worden geleverd door alle middelen; zelfs heimelijk opgenomen gesprekken. Er kunnen echter bijkomende omstandigheden bestaan die het rechtvaardigen dat er van deze regel wordt afgeweken en waardoor het bewijs niet wordt toegestaan. Dergelijke (zwaarwegende) omstandigheden waren er hier niet. Bovendien bestond er een te respecteren belang bij de man om de door hem gestelde geldlening bij de rechter aannemelijk te maken, aldus het hof.

Het hof vernietigde de eerdere uitspraak van de kantonrechter. De vrouw werd alsnog veroordeeld tot terugbetaling aan de man, De claim van de vrouw tot vergoeding van immateriële schade werd afgewezen en de kosten van beide procedures kwamen voor haar rekening.

Gelukkig voor de man pakte het hoger beroep goed uit. Maar deze uitspraak laat weer eens zien dat het verstandig is om afspraken over terugbetaling schriftelijk vast te leggen. Gebeurt dat niet dan kan het bijzonder lastig zijn om de vordering bij de rechter hard te maken. Juist bij leningen aan de partner, vrienden of familie, waar het niet altijd even duidelijk is of er iets moet worden terugbetaald en zo ja wanneer, is het aan te bevelen om het goed vast te (laten) leggen. Ook hier geldt het adagium: ‘voorkomen is beter dan genezen’.

Wilt u u meer weten over incasso of wenst u informatie over het schriftelijk vastleggen van een betalingsafspraak, neem dan contact op met mr. S. Kissels.

Dit blog is van algemene aard, er kunnen geen rechten aan ontleend worden.

Dit blog is geschreven door

Onderwerp

Wij gebruiken cookies enkel voor het bijhouden van onze bezoekersaantallen in Google Analytics.