Skip to content

Het zedenslachtoffer als benadeelde partij in het strafproces

Aan de rechten van slachtoffers wordt de laatste jaren steeds meer aandacht besteed. Zo werd in 2013 de wetgeving (sterk) uitgebreid, in 2016 het spreekrecht verruimd en ook nu moet de politiek beslissen over een wetsvoorstel dat de rechten van slachtoffers zou kunnen uitbreiden. Maar welke rechten heeft een slachtoffer op dit moment?

De belangrijkste rechten die een slachtoffer van een zedendelict op dit moment heeft zijn de volgende:

  • Recht op informatie
  • Recht op kennisneming, afgifte en toevoeging processtukken
  • Recht op bijstand en tolk
  • Spreekrecht
  • Recht om te voegen c.q. schadevergoeding te claimen

Recht op informatie

De wet regelt in artikel 51ab en 51ac SV ( = Wetboek van Strafvordering) op welke wijze de politie en de officier van justitie het slachtoffer van informatie moet voorzien. Een slachtofferadvocaat kan helpen bij het verkrijgen van de juiste informatie. Voor de rechter geldt alleen de wettelijke verplichting om in bepaalde gevallen een afschrift van een vonnis en proces-verbaal te verstrekken. Ook hier kan een advocaat bij helpen.

Recht op kennisneming, afgifte en toevoeging processtukken

Op basis van artikel 51b lid 1 Sv kan een slachtoffer verzoeken om kennis te nemen van processtukken die voor hem of haar van belang zijn. Op basis van artikel 51b lid 6 Sv kan het slachtoffer bovendien verzoeken om afgifte daarvan. Voorts kan het slachtoffer de officier van justitie verzoeken om stukken die het slachtoffer relevant acht voor de beoordeling van de zaak of voor zijn vordering toe te voegen aan het dossier (artikel 51b lid 2 Sv).

Dergelijke verzoeken moeten onderbouwd zijn. Het belang van het slachtoffer moet duidelijk zijn. Een slachtofferadvocaat kan hierbij helpen. Dit geldt ook indien het verzoek in eerste instantie wordt geweigerd.

Recht op bijstand en tolk

Tijdens het voorbereidend onderzoek en op de zitting kan het slachtoffer zich laten bijstaan. Dit kan door zijn wettelijk vertegenwoordiger, een persoon naar keuze of een advocaat. Daarnaast kan het slachtoffer dat onvoldoende Nederlands spreekt of begrijpt zich laten bijstaan door een tolk. Het inschakelen van een gespecialiseerde slachtofferadvocaat is in beginsel kosteloos voor slachtoffers in een zedenzaak. Artikel 44 lid 4 van de Wet op de Rechtsbijstand luidt namelijk:

“Ongeacht de draagkracht is rechtsbijstand aan een slachtoffer van een misdrijf tegen de zeden of een geweldsmisdrijf kosteloos, indien in de desbetreffende zaak vervolging is ingesteld en het slachtoffer overeenkomstig artikel 3 van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven in aanmerking komt voor een uitkering.”

Twijfelt u of ook u in aanmerking komt, dan kunt hierover geheel vrijblijvend en kosteloos contact met ons op nemen.

Spreekrecht

De officier van justitie beschuldigt verdachte ergens van. Deze beschuldiging wordt vastgelegd in de tenlastelegging. Een slachtoffer heeft het recht om te spreken indien op het tenlastegelegde misdrijf naar de wettelijke omschrijving acht jaar of meer is gesteld en bij de misdrijven genoemd in de artikelen 240b, 247, 248a, 248b, 249, 250, 285, 285b, 300, tweede en derde lid, 301 tweede en derde lid, 306, 307, 308 en 318 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (artikel 51e lid 1 Sv). Is dat het geval, dan mag het slachtoffer, de vader of moeder van een minderjarig kind die een nauwe band met het kind heeft en verzorger van dat kind iets zeggen tijdens de zitting. Is het slachtoffer overleden, dan mogen maximaal drie nabestaanden spreken. De wet bepaalt welke nabestaanden hierop recht hebben. Een slachtofferadvocaat kan uitleggen of iemand al dan niet spreekrecht heeft.

Recht om te voegen c.q. schadevergoeding te claimen

In principe kunnen slachtoffers van een zedenzaak op twee manieren schadevergoeding claimen. Zij kunnen hun financiële schade proberen te verhalen bij de burgerlijke rechter of zich als benadeelde partij voegen in het strafproces. Degene die rechtstreeks schade heeft geleden door een strafbaar feit, kan zich ter zake van zijn vordering tot schadevergoeding namelijk ook tot de strafrechter wenden.

Het voordeel van het vorderen van een schadevergoeding in de strafzaak is dat het slachtoffer niet een langslepende civiele procedure hoeft te voeren. Een ander (groot) voordeel is dat de strafrechter op verzoek de schadevergoedingsmaatregelen en voorschotregeling kan opleggen. Dit houdt in dat als de verdachte wordt veroordeeld tot betaling van schadevergoeding het slachtoffer deze niet zelf hoeft te incasseren bij de veroordeelde; het CJIB is hier dan mee belast. Wanneer de veroordeelde niet (volledig) betaalt, zal de Staat op basis van de voorschotregeling na acht maanden het bedrag voorschieten. Het slachtoffer krijgt dan in één keer de gehele vergoeding en wordt niet wekelijks herinnerd aan het strafbare feit, doordat de dader bijvoorbeeld in termijnen betaalt of omdat constant een deurwaarder op pad gestuurd moet worden. De Staat betaalt dus het gehele (resterende) bedrag en zal vervolgens blijven proberen om dit bedrag op de veroordeelde te verhalen. De Staat kan hierbij beslag leggen op het vermogen van de veroordeelde en als dat niet lukt kan vervangende hechtenis wordt toegepast als dwangmiddel.

Een nadeel van het voegen in de strafprocedure is dat de schadevordering geen onevenredige belasting van het strafgeding mag zijn, zodat bijvoorbeeld toekomstige schade niet toegewezen zal worden. De burgerlijke rechter kan een verzoek tot schadevergoeding daarentegen veel uitgebreider beoordelen. In bepaalde gevallen is het daarom zinvol om een gedeelte van de schadevergoeding te claimen via het strafproces en een gedeelte bij de burgerlijke rechter. Het is belangrijk dat hierin een goede afweging wordt gemaakt. Een slachtofferadvocaat kan hierover adviseren.

Wij gebruiken cookies enkel voor het bijhouden van onze bezoekersaantallen in Google Analytics.