Hoe ver reikt de waarschuwingsplicht van de aannemer?

Van een deskundige mag men deskundigheid verwachten. Maar de mate van deskundigheid kan per situatie verschillen. Het feit dat een deskundige handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf speelt mee, maar ook andere omstandigheden. In het kader van aansprakelijkheid wordt een dergelijke deskundige vergeleken met de redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot. De ene aannemer bezit niet evenveel kennis en kunde als zijn of haar vakgenoot. Ontbreekt bijvoorbeeld specifieke deskundigheid van asbest bij de aannemer, die tijdens een reparatie een plaat uit een koof gezaagd, en wordt hij later aangesproken op verspreid asbest, dan kan hij daarmee wegkomen (1).

Waarschuwingsplicht

Kent de aannemer bepaalde onjuistheden in de opdracht of behoort hij deze te kennen, dan moet hij de opdrachtgever daarvoor waarschuwen (artikel 7:754 BW). Bij wat hij redelijkerwijs behoorde te kennen kan meespelen wat zijn redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot kent. Deskundigheid van de opdrachtgever ontslaat de aannemer niet van zijn waarschuwingsplicht. In dat verband kan de onderaannemer zich er niet achter zijn hoofdaannemer verschuilen wanneer de onderaannemer zelf nalaat om de aannemer te waarschuwen voor bepaalde fouten die de onderaannemer kent of redelijkerwijs behoort te kennen.

De aannemer moet waarschuwen voor (kort gezegd):

  • onjuistheden in de opdracht (het stuk stof dat niet geschikt is om te laten stomen);
  • gebreken en ongeschiktheid van zaken afkomstig van de opdrachtgever (bijvoorbeeld materialen/grondstoffen zoals stenen en dergelijke die de opdrachtgever aan de aannemer heeft gegeven);
  • fouten of gebreken in plannen verstrekt door de opdrachtgever (denk aan tekeningen, berekeningen, bestemmen of uitvoeringsvoorschriften);
  • de benodigdheid van een omgevingsvergunning.

Waarschuwingsplicht geldt niet bij omgevingsvergunning

De waarschuwingsplicht van de aannemer ziet niet op de vereiste omgevingsvergunning. Dat oordeelde het gerechtshof Den Haag in 2021 en heeft de Hoge Raad met zijn arrest van 25 november 2022 in stand gelaten (2). Interessant is dat de adviseur van de Hoge Raad, P-G Wissink overweegt dat de waarschuwingsplicht gaat over problemen bij de realisatie van het werk volgens de opdracht.

De waarschuwingsplicht hangt samen met de kerncompetentie van de aannemer, namelijk een voorstelling maken van hoe en waarmee het werk kan worden gemaakt. De vraag of een omgevingsvergunning vereist is hoort niet tot de kerncompetenties van de aannemer. Kennelijk ook niet als de aannemer zegt dat de vergunning niet nodig is, terwijl later duidelijkheid wordt dat de vergunning wel vereist is.

Spreek daarom van tevoren af (en leg deze afspraak vast) wie de plicht heeft om de omgevingsvergunning aan te vragen; de aannemer of de opdrachtgever. Wordt die verplichting niet nagekomen, dan kan de nalatige partij worden aangesproken op het schenden van de overeenkomst in plaats van op de wettelijke waarschuwingsplicht.

(1) Zo volgt uit het arrest van gerechtshof Arnhem-Leeuwarden: https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHARL:2021:739

(2) Bron: Rechtspraak.nl, zoekterm: ECLI:NL:HR:2022:1730

Dit blog is geschreven door

Onderwerp