Skip to content

Bij toewijzing uittredingsvordering is niet relevant wie bevoegd is te besluiten tot inkoop eigen aandelen

De rechter heeft de bevoegdheid in geval van een geschil tussen aandeelhouders van vennootschap de andere aandeelhouders of de vennootschap te veroordelen tot overname van de aandelen van een aandeelhouder. Voor zover de veroordeling de vennootschap zelf betreft, is niet relevant welk orgaan van de vennootschap op basis van de wet of de statuten bevoegd is een besluit tot inkoop van eigen aandelen te nemen of een dergelijk besluit goed te keuren, zo besliste de Haagse rechtbank.

Een vennootschap houdt aandelen in een andere vennootschap. De vennootschap stelt in mei 2022 bij de rechtbank Den Haag een uittredingsvordering in. De rechtbank veroordeelt op deze vordering de andere aandeelhouders om de door de vennootschap gehouden aandelen over te nemen. Voor zover de andere aandeelhouders daaraan geen gehoor geven, wordt de andere vennootschap verplicht haar eigen aandelen in te kopen. De rechtbank beslist dat de overige aandeelhouders ieder een derde deel van de aandelen over dienen te nemen tegen een koopprijs van in totaal ruim 40 miljoen euro, exclusief rente. De overige aandeelhouders reageren niet op het vonnis. Ook gaat de andere vennootschap niet over tot inkoop van eigen aandelen.

Reële executie

Omdat de aandeelhouders de veroordeling tot overname van de aandelen niet nakomen en de aandelen ook niet worden ingekocht, stapt de vennootschap nogmaals naar de rechtbank. De vennootschap wijst erop dat zij door de niet-nakoming behoefte heeft aan de mogelijkheid tot reële executie. Ze vraagt de rechtbank te bepalen dat de te nemen beschikking op basis van artikel 3:300 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek dezelfde kracht heeft als een notariële akte tot levering. Voor zover vereist verzoekt de vennootschap de rechtbank te bepalen dat de beschikking in de plaats treedt van een besluit van het bestuur van de andere vennootschap tot inkoop van eigen aandelen of de door de vergadering van prioriteitsaandeelhouders te geven goedkeuring aan de inkoop. In dit geval is het namelijk zo dat er in de statuten van de vennootschap staat dat de bevoegdheid tot het besluiten tot inkoop van eigen aandelen door de vennootschap is toegekend aan de vergadering van prioriteitsaandeelhouders.

Bevoegdheid rechtbank

Dit vereiste is volgens de rechtbank hier echter niet aan de orde. De wettelijke geschillenregeling geeft de rechter de bevoegdheid op basis van artikel 2:343 BW een veroordeling tot overname van aandelen uit te spreken. Die veroordeling kan ook de vennootschap zelf betreffen. De enige voorwaarde die de wetgever aan een veroordeling tot overname van aandelen van een beknelde aandeelhouder door de vennootschap zelf heeft gesteld, is dat moet zijn voldaan aan de zogeheten uitkeringstest. Die test wordt in dit geval doorstaan, zo concludeert de rechtbank. De vraag welk orgaan op basis van de wet of statuten bevoegd is tot inkoop van eigen aandelen te besluiten of welk orgaan aan een dergelijk besluit goedkeuring moet geven, is niet relevant. De rechterlijke veroordeling komt in de plaats van een door een vennootschapsorgaan te nemen of goed te keuren besluit tot inkoop, aldus de rechtbank.

Zelfde kracht

De rechtbank bepaalt dat haar beschikking dezelfde kracht heeft als een notariële akte tot levering, waarbij de vennootschap de door haar gehouden aandelen in de ander vennootschap levert tegen de eerder door de rechtbank vastgestelde koopsom van ruim 40 miljoen, te vermeerderen met de wettelijke rente.

Bron:Rechtbank Den Haag | jurisprudentie | ECLI:NL:RBDHA:2022:10471, C/09/632139 / HA RK 2022-279 | 02-11-2022

Wij gebruiken cookies enkel voor het bijhouden van onze bezoekersaantallen in Google Analytics.