Skip to content

Vennoot moet geld terugstorten na beëindiging vof-activiteiten

Als een van de vennoten van een vennootschap onder firma (vof) niet verder wil met de activiteiten van die vof en een eigen bedrijf wil starten, kan een conflict ontstaan. Dat blijkt uit een rechtszaak bij de rechtbank Midden-Nederland over twee vennoten die samen een sportschool exploiteerden.

Twee bv’s richten een vof op, die een sportschool exploiteert. De bestuurder en enig aandeelhouder van een van die bv’s wil na enige tijd stoppen met de vof en een nieuwe sportschool beginnen. Hij en de bestuurder en enig aandeelhouder van de andere bv voeren meerdere gesprekken over de beëindiging van hun bedrijf en de afwikkeling van de vof. Afgesproken wordt om de activiteiten per 1 november 2021 te stoppen. Tot een definitieve afwikkeling leiden de gesprekken nog niet.

Overboeking

De andere vennoot maakt daarna € 60.000 van de bankrekening van de vof over naar de eigen bankrekening van de bestuurder. Volgens de vof was hiervoor geen reden. Zij eist bij de rechtbank Midden-Nederland dat deze bestuurder wordt veroordeeld tot terugbetaling. Ook wil de vof dat hij de omzetschade vergoedt die zij door de overboeking zou hebben geleden. De eerste bv heeft nu ook geen toegang meer tot de bedrijfsinformatie en bedrijfsmiddelen van de vof en daarom eist de vof ook dat de bestuurder van de andere bv op straffe van een dwangsom toegang verleent tot de vof-administratie, het beheer van de website en alle communicatie van of met de vof.

Terugbetalen en toegang verlenen

De rechtbank gaat hierin mee. De bestuurder moet de € 60.000 aan de vof terugbetalen. Voor het overboeken naar de eigen rekening is namelijk geen juridische grondslag. Zodra het geld weer op de rekening van de vof staat, kan dit tussen de vennoten worden verdeeld bij de afwikkeling. Beide vennoten moeten bij alle bedrijfsinformatie en -middelen van de vof kunnen. Dat betekent dat de eerste bv weer inzage moet krijgen in de volledige administratie van de vof en toegang moet hebben tot (het beheer van) de website en alle interne en externe communicatie van de vof. Op de rechtszitting heeft de bv-bestuurder deze volledige inzage beloofd. Van de rechtbank krijgt hij hiervoor vijf dagen de tijd. Verleent hij geen toegang, dan zal een dwangsom worden verbeurd van € 500 per dag, tot een maximum van € 10.000.

De door de vof gestelde omzetschade is niet gemotiveerd, oordeelt de rechtbank. Evenmin is aannemelijk geworden dat er omzet is misgelopen door de overboeking. Deze eis wordt dan ook afgewezen.

Geen schadevergoeding

De bestuurder die het geld naar zijn eigen rekening overgeboekt kreeg, eist op zijn beurt € 25.000 schadevergoeding van de andere vennoot, maar die vordering wordt eveneens afgewezen. Volgens de rechtbank is die vennoot niet tekortgeschoten in de nakoming van de vennootschapsovereenkomst. Ook is er niet onrechtmatig gehandeld. Zo is niet gebleken dat er actief is geworven onder trainers en leden van de vof om naar de nieuwe sportschool over te stappen. De bestuurder van de bv beroept zich daarbij op WhatsApp-correspondentie, maar dat zijn berichten van trainers van de vof die mededelen dat zij overstappen naar het nieuwe bedrijf; daaruit blijkt niet dat zij zijn overgehaald om over te stappen.

Geen wanprestatie

De andere vennoot heeft ook geen wanprestatie gepleegd of onrechtmatig gehandeld door reclame te maken voor de nieuwe sportschool. Uit de notulen van de besprekingen die over het stoppen van de activiteiten zijn gevoerd blijkt dat de nieuwe sportschool vanaf 1 november 2021 mocht worden gepromoot, omdat werd verwacht dat de afwikkeling van de vof dan wel klaar zou zijn. Dat al twee weken eerder reclame is gemaakt, kan deze vennoot niet worden verweten. Beide vennoten hadden namelijk al met elkaar afgesproken om een paar dagen later met de vof-activiteiten te stoppen. Bovendien is niet gebleken dat leden en trainers van de vof door de gemaakte reclame zijn overgestapt.

Geen alternatief

Dat de trainers en leden naar de nieuwe sportschool wilden is ook best te begrijpen, vindt de rechtbank. Zij hadden te horen gekregen dat de sportlessen per 1 november 2021 zouden stoppen en dat de bestuurder van een van de vennoten zich zou gaan richten op de nieuwe sportschool. Ook is verteld dat de huur van het pand van de vorige sportschool is opgezegd. Een alternatief om daar te blijven sporten kregen ze niet aangeboden.

Inventaris

Dat de nieuwe sportschool in het pand is gekomen waar ook de vorige was gevestigd en dat daarbij de inventaris van de vof is meegenomen, kan aan deze vennoot niet worden verweten, zoals de andere vennoot betoogt. De vennoten hadden afgesproken dat de huurovereenkomst van de vof moest worden opgezegd vanwege de beëindiging van de activiteiten. Uiteindelijk heeft de verhuurder de huurovereenkomst van de vof opgezegd vanwege aanhoudende overlast. Het pand moest leeg worden opgeleverd. De bestuurder van de bv heeft de inventaris van de vof toen deels opgeslagen en deels in gebruik genomen. Toegezegd is dat de inventaris ter beschikking van de vof blijft. De inventaris is dan ook niet aan de vof onttrokken en zal in de verdeling moeten worden betrokken.

ECLI:NL:RBMNE:2023:2993

Bron:Rechtbank Midden-Nederland | jurisprudentie | ECLI:NL:RBMNE:2023:2993 C/16/539371 | 11-07-2023

Wij gebruiken cookies enkel voor het bijhouden van onze bezoekersaantallen in Google Analytics.