Skip to content

Ondernemingskamer: aandelenprijs in overnamebod investeerder is billijk

Een aandeelhouder met een belang van ten minste 95 procent van het geplaatste kapitaal van een naamloze vennootschap kan tegen de andere aandeelhouders een vordering instellen om hun aandelen aan hem over te dragen.

Een investeringsmaatschappij wil alle aandelen in een naamloze vennootschap (nv) overnemen. De nv drijft een onderneming in de ontwikkeling van elektronica. Via een gezamenlijk persbericht maken de twee partijen in juni 2021 bekend dat zij met betrekking tot een voorgenomen openbaar bod een zogeheten merger protocol overeen zijn gekomen, waarin de eerste afspraken over de overname zijn vastgelegd. Op 31 augustus 2021 brengt de investeerder een bod uit van 14,55 euro per aandeel. Dit bod wordt geaccepteerd door de meerderheidsaandeelhouders van de ontwikkelaar.

Aanmeldingstermijn

Na het bekendmaken van de biedprijs start een aanmeldingstermijn, waarin aandeelhouders van de ontwikkelaar zich kunnen aanmelden. Deze termijn zou aanvankelijk tot 27 oktober 2021 lopen, maar omdat er dan nog maar 86,22 procent van de aandelen zijn aangemeld volgt een verlenging tot 17 november 2021. Uiteindelijk wordt meer dan 95 procent van de aandelen aangemeld.

De overige aandeelhouders worden nu door de investeringsmaatschappij gedagvaard om bij de Ondernemingskamer te verschijnen. De investeringsmaatschappij vordert dat de gedaagden hun aandelen aan haar overdragen tegen de vastgestelde prijs van 14,55 euro per aandeel. Aangezien de gedaagden niet verschijnen, wordt aan hen verstek verleend.

Deugdelijke vordering

De Ondernemingskamer oordeelt als volgt. Nu tegen de gedaagden verstek is verleend, dient de Ondernemingskamer ambtshalve te onderzoeken of de investeerder houder is van ten minste 95 procent van het geplaatste kapitaal van de nv. Daarnaast dient de Ondernemingskamer te onderzoeken of de vordering is ingesteld tegen de gezamenlijke andere aandeelhouders. Nu dit op grond van de stukken is bewezen, is de vordering van de investeerder deugdelijk, zo oordeelt de Ondernemingskamer.

Geen ernstige schade

Het is volgens de Ondernemingskamer niet gebleken dat een gedaagde ondanks de geboden vergoeding ernstige schade zou lijden door de overdracht van de aandelen. De investeringsmaatschappij heeft jegens geen van de gedaagden afstand gedaan van haar bevoegdheid om een vordering tot overdracht van de aandelen in te stellen. Er is dus geen reden om de vordering af te wijzen, aldus de Ondernemingskamer. Ook moet worden aangenomen dat de biedprijs ten tijde van de betaalbaarstelling van het bod ten minste gelijk was aan de waarde van de aandelen, en dat de uitkoopprijs daarom kan worden vastgesteld op 14,55 euro per aandeel. De Ondernemingskamer baseert zich hierbij onder andere op het feit dat de acceptatiegraad van de biedprijs hoog was. Ook wordt meegewogen dat de biedprijs een substantiële premie inhield ten opzichte van de gemiddelde slotkoers en dat het bestuur van de ontwikkelaar het bod steunde. Verder wordt van belang geacht dat er geen verweer tegen het bod is gevoerd. De vordering van de investeringsmaatschappij wordt daarom toegewezen.

ECLI:NL:GHAMS:2022:2684

Bron:Gerechtshof Amsterdam | jurisprudentie | ECLI:NL:GHAMS:2022:2684 200.313.345/01 OK | 12-09-2022

Wij gebruiken cookies enkel voor het bijhouden van onze bezoekersaantallen in Google Analytics.